home  2005

7. De priem tabel.

Priemgetallen zijn de kleinst mogelijke delers van hele getallen. Het moge duidelijk zijn dat de factoren 37 en 73 van Gen.1:1 priemgetallen zijn. De definitie van deze getallen is:

Priemgetallen zijn getallen die alleen door zichzelf óf door één deelbaar zijn”

Ik noem het ook wel getallen die niet kunnen liegen. Dit omdat ze alleen zichzelf kunnen vertegenwoordigen. Hun deler is onveranderlijk. Ze zijn noch ‘goed’, noch ‘kwaad’, maar ze kunnen datgene wat ze vertegenwoordigen niet loochenen.

Hieronder staat een tabel met de eerste 27 priemgetallen(P) en hun numerieke plaats(n).

Priemgetallen en hun numerieke plaats.

nPP

1

2

3

1

4

2

5

3

4

5

6

6

7

7

8

9

8

10

9

11

12

13

10

14

15

16

17

n

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

12

13

14

15

16

17

18

19

20

21

22

23

24

25

26

27

P

1

2

3

5

7

11

13

17

19

23

29

31

37

41

43

47

53

59

6

67

71

73

79

83

89

97

101

In de numerieke reeks ‘n’ heb ik die getallen geel gemarkeerd, die ook priem zijn. Dit zijn precies tien getallen. De som daarvan is: 1+2+3+5+7+11+13+17+19+23=101. We zien nu dat de som van de tien priemgetallen uit de reeks 1 tot en met 27 gelijk is aan de 27ste priem, namelijk 101. De bijbelschrijver heeft dit feit gebruikt door 27ste woord van de bijbel op de 101ste letter te laten beginnen, het 27ste priemgetal. Ook het 26ste woord begint op zijn eigen priem, namelijk op de 97ste letter. Het zijn de laatste twee woorden van Gen.1:3: ‘en er was licht’, , (200+6+1)+(10+5+10+6)=207+31=238.

Voor zover mij bekend zijn dit de enige twee woorden, buiten het eerste woord natuurlijk, die vanaf het begin van de bijbeltekst op hun eigen priem beginnen. Derhalve is het lichthet derde woord dat op zijn eigen priem begint. Een ander belangrijke feit is dat het ‘licht’ het 6de woord in vers drie is, en op de 21ste letter begint, zijn eigen driehoeksgetal:

1+2+3+4+5+6=21

We kunnen ons realiseren dat de som van de factoren van de Griekse gematria van Jezus Christus, 2368=64x37, ook 101 is: 64+37=101. Woord 37 van de bijbel is , het licht, en woord 64 is , en maakte. Samen wijzen de factoren 37 en 64 van het Griekse in de Hebreeuwse tekst naar het ‘maken van het licht’ ( ). Woord 64, ‘en maakte’, , is tevens een anagram van het Hebreeuwse , Jezus. Wonderlijk nietwaar?

Maar laten we verder gaan met de priemtabel. De tien priemgetallen in de priem reeks noem ik ‘Perfecte Priemgetallen’. Dit omdat hun plaats ten opzichte van de numerieke reeks ‘n’ ook een priem is.

nPP

1

2

3

1

4

2

5

3

4

5

6

6

7

7

8

9

8

10

9

11

12

13

10

14

15

16

17

n

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

12

13

14

15

16

17

18

19

20

21

22

23

24

25

26

27

P

1

2

3

5

7

11

13

17

19

23

29

31

37

41

43

47

53

59

61

67

71

73

79

83

89

97

101

De eerste drie priemgetallen, 1, 2 en 3, heb ik ‘Super Perfecte Priemgetallen’ genoemd, omdat ze gelijk zijn aan hun plaats bepalers. Ze staan symbool voor de Super Perfecte wereld. Zo boven, zo onder. Zo in de hemel, zo op aarde. Gedachte, woord en handeling zijn hier één. Het is zeer wel mogelijk dat de 3 hierom een belangrijke symbolische functie heeft. Als God in Gen.1:3 zegt: ‘er kome licht’, dan is het er op hetzelfde moment. De ‘gedachte van God’ dat er licht moet komen wordt onmiddellijk in Woord en Daad omgezet. Het ‘licht’ is woord 27 of anders gezegd 3x3x3, de perfectie tot de derde macht: volmaakt. Het is een plaats waar de mens niet zou kunnen bestaan. Immers als al onze gedachten onmiddellijk in daden zouden worden omgezet dan zou die wereld snel stuk zijn. Alleen de onschuldige mens of de mens met inzicht kan hier bestaan. God weet dit en schept daarom een wereld waar ook de onvolmaakte mens kan bestaan. Na de 3 komt de 4. Dit is geen priemgetal. En het vierde priemgetal is 5(P4=5). Er is nu ruimte tussen de getallen ontstaan. Er is nu ook ruimte voor het ‘onvolmaakte’.

De 4 heeft, omdat het geen priemgetal is, geen toegang tot de Super Perfecte wereld. Maar omdat God wel perfect is en zijn Schepping dus ook, tellen we de eerste vier Perfecte Priemgetallen. De som hiervan is 7+13+29+37=86, de maat van het woord God, Elohim, , 40+10+5+30+1=86. Maar 86 is ook de maat van de Schepping, van Gen.1:1, berekend met het uitgangspunt van het gematria systeem: Gematria Katan (1 tot en met 9). [Mogelijk is het Griekse ‘odos’, de weg (Joh.14:6), gerelateerd aan dit uitgangspunt: οδος=70+4+70+200=344 of (4x86)]

 

Het kan tekenend zijn dat het woord ‘God’ in dit systeem de getallenwaarde 16 heeft, oftewel 42. En vier was immers het uitgangspunt van de som van de vier Perfecte Priemgetallen die tot 86 leidde. Een kwadraat drukt het tot voltooiing komen van een getal uit. Probeer dat zo te zien: als we een kamer van 4 bij 4 m hebben en we lopen door die kamer en we stappen op iedere vierkante meter van die kamer dan leren we die kamer helemaal kennen. Dan hebben we ieder van die 16 vierkante meter bewandeld. God kent zijn Schepping. We zullen vaker zien dat het kwadraat deze functie heeft.

4

 

5

 

7

 

We zijn begonnen te tellen vanaf de vierde Perfecte Priem. In de tabel kunnen we behalve horizontaal ook verticaal tellen. De vierde priem is 5, en de vijfde priem is 7. De som is: 4+5+7=16. Deze telling lijkt het kwadraat van 4 te bevestigen en verbindt in deze tabel de 16 met de 86 zoals God(16) en zijn Schepping(86) ook met elkaar verbonden zijn.

De volgende stap na de 4 is de 5. Vijf is wel een priemgetal en kan derhalve niet ‘liegen’. De vijf heeft daarom wel toegang tot de ‘Super Perfecte wereld’. Daarom tellen we de eerste vijf Perfecte Priemgetallen. Dat is dus inclusief de drie Super Perfecte Priemgetallen:

De som is dan 26. Dit is de maat van de naam van God, ‘Jahwe’,  , 5+6+5+10=26.

5

 

7

 

13

 

Daar waar de vier getallen, die 86 vormen, beginnen op de 4de Perfecte Priem en een verticale telling van 4x4 hebben, zo eindigen de vijf getallen die de 26 vormen met de 5de Perfecte Priem. De verticale telling is hier: 5+7+13=25 of 5x5. Dit lijkt de perfectie van deze tellingen te willen bevestigen. Met de getallen 25 en 16 kunnen we naar de bijbeltekst gaan. We vinden dan woord 16:  , ‘en de Geest’(van God) en woord 25: , licht. Woord 16 en 25 samen:   , en de Geest van licht. Dit is nu precies de eigenschap die we God toe dichten. Tellen we 16 en 25 bij elkaar op dan is dat: 16+25=41. Woord 41 is: , God (6de in de bijbel).

Als we nu ook de numerieke plaats van de Perfecte Priemgetallen (nPP) tellen van deze 4 en 5 PP's dan vinden we voor de vier: 4+5+6+7=22 en voor de vijf: 1+2+3+4+5=15. Samen 22+15=37. Dit is één van de factoren van de ‘Schepping’. 22 en 15 zijn getallen die een rol spelen bij de bouw van het alfabet. Hiermee wordt het ‘Woord’ en de Schepping ‘gebouwd’.

3

 

3

 

3

 

De Super Perfecte wereld van de Super Perfecte Priemgetallen bevat 9 getallen. Deze wereld wordt verticaal afgesloten door: 3+3+3=9 of 3x3. De 9 cijfers waarmee het alfabet in de eerste instantie geteld wordt, corresponderen hiermee en kunnen in een 5-4 verhouding worden ingedeeld, nl. in 5 priemgetallen en 4 niet priemgetallen:

1 2 3 4 5 6 7 8 9

54

1 2 3 4 5 6 7 8 9

(1+2+3+5+7)   (4+6+8+9)

18                   27

De som van de priemgetallen in de reeks is 18 en correspondeert met de som van alle getallen in de Super Perfecte wereld: (1+2+3)+(1+2+3)+(1+2+3)=6+6+6=18. Het hoogste getal in die wereld is 3. Die wereld wordt afgesloten(verticaal) door 3+3+3=9. Het tot voltooiing komen van de drie kan worden uitgedrukt.als: 3x3x3=27. Dit getal is gelijk aan de maat van de tabel en uitgangspunt van het alfabet en de som van de niet priemgetallen in de reeks van 9. Nu valt het volgende mij op:

18+4=22  en  27-5=22

of

18 4 22 5 27

  

27 is de uitgangmaat van het alfabet, 22 is de uiteindelijke maat van het alfabet waarmee gewerkt wordt. De indeling van het alfabet is: 9-9-4 (1 t/m 9 –10 t/m 90 – 100 t/m 400) De vijf sluitletters die worden herplaatst in het alfabet bij de letters waarvan ze zijn afgeleid krijgen de volgende plaatsen: 11, 13, 14, 17 en 18. De som van de letterplaatsen van de sluitletters is 73, dit is gelijk aan het 22ste priemgetal. Met het getal 22 wordt het alfabet afgesloten. Dit is een parallel tussen de sluitletters en de afsluiting van het alfabet. Met de tav, , het teken of kruis, de 400 wordt het alfabet afgesloten: 400=42x52.

     42x52  

De omtrek van 42x52 is 78. De gematria in ‘n’ van ‘Jahwe Elohim’ is 78:

= (24+10+5+12+1)+(5+6+5+10)=52+26=78

 

78 correspondeert met de som van de priemgetallen in de reeks van 1 tot en met 22:

1

+

2

+

3

+

5

+

7

+

11

+

13

+ 

17

+

19

=

78 

 

78=3x26

De letters en de letterwaarden die met deze priemreeks corresponderen zijn:

 

258=3x86

De som van alle getallen na de afsluiting van het alfabet is:

(10+14+15+16+17)+(23+(24+25+26+27)+(79+83+89+97+101)=646.

Dit getal is de getallenwaarde van Elohim met de sluitletter waarde 600 van de sluitmem:

Elohim==600+10+5+30+1=646

Je zou kunnen zeggen dat God uiteindelijk het laatste woord heeft. Hij begint en sluit af. En hij doet dat door middel van het alfabet, door middel van het woord. Daarmee maakt hij zijn Schepping.

 

De Schepping (Gen.1:1) omvat het alfabet, maar het alfabet omvat ook de Schepping.

   

    home                                                                        vorige          volgende

 

© Frank Colijn 2005