home  2005

5. De Davidsster.

De zes punten op de cirkel van de tijd kunnen op verschillende manieren met elkaar worden verbonden. De meest bekende manier is de Davidsster of het hexagram.

 

Twee driehoeken zijn in feite de basis van het hexagram. Driehoeken die de basis zijn van het hexagram kunnen met getallen worden uitgedrukt. Het driehoeksgetal van vier is bijvoorbeeld tien: 1+2+3+4=10. Dit kan beeldend als volgt worden uitgedrukt:

 

De meest perfecte driehoek zou je de driehoek van drie kunnen noemen, omdat die behalve 3 hoeken en 3 zijden, ook in iedere zijde 3 éénheden heeft. Het moge duidelijk zijn dat de driehoeksgetallen als driehoeken gelijkzijdige driehoeken zijn.

 

De driehoek van 7 is dus 28. De bijbelschrijver heeft dit feit gebruikt door het eerste vers van de bijbel, Gen.1:1, te laten beginnen met 7 woorden en 28 letters. Daarnaast heeft het eerste woord 6 letters (D3=6) en heeft de frase 'In den beginne schiep God de hemel', 21 letters (D6=21)

De 3hoek van 7 met 28 éénheden is het uitgangspunt om de Davidsster met 37 éénheden te maken.

 

Als we bekijken hoe het hexagram zich ontwikkelt, dan zien we dat het eerste hexagram of Davidsster in beginsel in één cirkel aanwezig is. De tweede 13 éénheden heeft, de derde 37 en de vierde 73.

 

Hoewel er enig meningsverschil bestaat over de telling van de hexagrammen, ben ik geneigd om de telling aan te houden zoals ik hierboven heb beschreven. De reden van dit verschil in opvatting over de telling is het feit dat het tweede hexagram gekanteld is en niet uit driehoeken van driehoeksgetallen is opgebouwd. En wiskundigen houden niet van afwijkingen van de regel. Maar toch is er ook met zeven éénheden ook een Davidsster te zien en te tekenen, ook al moet die gekanteld worden. De formule om het aantal éénheden van een Davidsster te berekenen is: 

H(n+1)=(12xDn)+1

dus H(3+1)=(12xD3)+1.....H4=(12x6)+1=73

Uit deze formule volgt dat de tweede Davidsster met 13 éénheden de eerste ster is die aan de formule voldoet. (De H staat voor 'Hexagram' en de +1 heb ik grijs gemaakt omdat hier verschillende interpretaties mogelijk zijn. Ik heb nog niet kunnen vaststellen of de nummering van de Davidssterren van belang is bij het interpreteren van codes in de bijbel. Bij de nummering van priem en composiet getallen is dit wel het geval) Dus het eerste hexagram die aan de formule voldoet heeft 13 éénheden. Het woord echad, één, heeft de getallenwaarde 13: , 4+8+1=13.

 

Het zal de lezer opvallen dat de derde en vierde Davidsster respectievelijk 37 en 73 plaatsen hebben. Dit zijn immers de factoren waaruit de getallenwaarde 2701 van Gen.1:1 is opgebouwd. Ook blijkt de kern van de vijfde Davidsster, het hexagon, 37 éénheden te hebben, dus gelijk aan het aantal éénheden van het derde hexagram. De formule voor het aantal éénheden een hexagon (h) is:

hn =(6xDn)+1.....dus h3=(6xD3)+1=(6x6)+1=36+1=37

 

Niet alleen in de getallen structuur van het aantal letters en woorden speelt de driehoek een rol, ook in de getallenwaarde van het eerste vers speelt de driehoek een rol. 2701 is namelijk de driehoek van 73. Vernon Jenkins heeft hier al uitvoerig over geschreven, maar het is noodzakelijk om het ook hier te vermelden om inzicht te krijgen in de mathematische structuren van de bijbeltekst.

7 6 5 4 3 2 1
de aarde en* de hemel * God  schiep In de beginne
                      
296 407 395 401 86 203 913
703=D37 1998=3x666=3xD36
2701=37x73=D73

De zeven woorden van Gen.1:1 kunnen verdeeld worden in twee groepen woorden met speciale eigenschappen. De eerste groep omvat de eerste vijf woorden: In den beginne schiep God de hemel, met de getallenwaarde 1998. En de tweede groep omvat twee woorden: en* de aarde, met de getallenwaarde 703. Dit getal blijkt de driehoek van 37 te zijn. Deze driehoek kan in de driehoek van 73 worden geplaatst, zo dat iedere hoekpunt van D37 een zijde van D73 raakt. Immers het midden tussen 1 en 73 is 37.

D73=2701 D37=703

Het getal 1998 van de eerste vijf woorden blijkt nu in drieën te zijn gedeeld, en iedere driehoek heeft 666 éénheden, en is de driehoek van 36. Dit blijken nu de hoekstenen te zijn die de aarde op zijn plaats houden. Het Hebreeuwse woord voor hoeksteen of hoofd van de hoek is: , (5+50+80)+(300+1+200+30)=135+531=666.(Ps.118:22)

De Davidsster lijkt zich in het begin van de bijbel te hebben genesteld. De tekst moet ongeveer 1450 v Chr. door Mozes zijn opgeschreven. Toch zijn er geen archeologische vondsten gedaan van Davidssterren uit de begintijd van de bijbel. De oudste vondst, gevonden in Galilea, is gedateerd ongeveer de 3de of 4de eeuw voor Chr. En pas in de 15de eeuw na Chr. werd de ‘magen David’, het schild van David, gebezigd als symbool van de Joden. Derhalve is het de vraag of Mozes zich er bewust van was dat hij met het opschrijven van de bijbeltekst ook de mathematische wetmatigheid van het hexagram opschreef. Vanuit het scheppingsstandpunt is het logisch, want met het scheppen van hemel en aarde verschijnen ook alle natuurwetten en daarmee ook alle wiskundige wetmatigheden. Het hoeft ons daarom ook niet te verbazen dat ook andere culturen het hexagram als symbool kennen: het is een onderdeel van de Schepping. Derhalve hoeft het ons ook niet te verbazen dat met Gen.1:1 het getal Pi te vinden is, met daar uit voortvloeiend de hexagons en hexagrammen. Ook zal ik nog de stelling van Pythagoras in Gen.1:1 aan tonen.

 

De getallenwaarde 2701 van Gen.1:1 kan als een mathematisch patroon van 37x73 worden getekend. Een ster van sterren. Misschien is hier Openb.22:16 op zijn plaats:

‘Ik, Jezus, heb mijn engel gezonden om aan u getuigenis af te leggen voor de gemeenten. Ik ben de wortel en de nakomeling van David, en de heldere morgenster

Maar om de lezer even op het verkeerde been te zetten, of  misschien wel om de lezer op twee benen te zetten, voeg ik hier nog een tekst uit Jesaja aan toe. In de bijbel is steeds dit dubbele patroon aanwezig.

  Jesaja 14:12 ‘Hoe ben je uit de hemel gevallen, morgenster, dageraadszoon! Hoe ben je ter aarde geveld, volkenvertrapper!’

 

 

37

 

  x  

 

73

 

the only (son)

 

Zach.12:10

wisdom

 

Ex.28:3

unit

 

(dictionary)

the life

 

Gen.2:9

Ik heb ook nog een ster van 73x37 toegevoegd om te laten zien dat AxB niet altijd gelijk is aan BxA. Dit fenomeen is ook bekend in de kwantummechanica. Als we in de wereld van atomen kijken dan is dit ook het geval. We noemen een atoom A, en daarin bevinden zich protonen (p), neutronen (n) en elektronen (e). Het derde element is dan bijvoorbeeld: A3= (3.p+3.n+3.e). Echter dit is niet gelijk aan: 3.A=3(p+n+e). Evenveel protonen, neutronen en elektronen, doch 3x atoom A is niet gelijk aan element A3. Andere elementen, andere eigenschappen:

We zullen ons moeten realiseren dat dit verschijnsel zich ook voordoet in de wereld van getallen.

 

 

  home                                                                               vorige       volgende

 

© Frank Colijn 2005
.