home  2005, last update Dec. 2019

4. De cirkel en de tijd.

Door het handelen van God, het scheppen van hemel en aarde, verandert er ook iets aan de eeuwigheid: de tijd verschijnt. Dit is de consequentie van het handelen van God. De geschiedenis leert ons dat er heel wat beroering is geweest over de uitleg van de zeven scheppingsdagen. Hoe letterlijk of symbolisch moeten we de tekst van de bijbel hierover nemen?

De eeuwigheid kan worden voorgesteld als een cirkel: een lijn zonder begin en zonder einde. In de wiskunde wordt een in elkaar gedraaide cirkel gebruikt als symbool voor een oneindige lijn (lemnis’caat):  . Tijd kan gezien worden als een indeling van de eeuwigheid. De bijbel vertelt dat er zes scheppingsdagen zijn en één rustdag. Dit patroon is te vinden in de mathematische verdeling van de cirkel. Een cirkel kan door zijn eigen straal worden verdeeld in zes gelijke delen. Dit kan op eenvoudige wijze zichtbaar worden gemaakt door zeven gelijke munten of cirkels tegen elkaar aan te leggen. We zien dat door de middelpunten van de zes buitenste munten of cirkels een grote cirkel getrokken kan worden. Deze wordt dan in zes gelijke delen verdeeld. De zevende cirkel speelt geen rol bij het verdelen, en je zou kunnen zeggen dat hij in rust is. Ik denk dat de zes scheppingsdagen en de zevende als rustdag op dit mathematisch gegeven zijn gebaseerd. Dit wordt ook ondersteund door het feit dat de eerste zes scheppingsdagen in Gen.1 worden besproken, en de zevende, de rustdag in Gen.2, zodat ook hier een 6-1 verdeling in de zeven dagen ontstaat.

Deze zienswijze lijkt mij zeer logisch te zijn. Het lijkt mij een open deur om te zeggen dat de wijzerplaat van de klok ook hiervan is afgeleid. Met de cirkel als uitgangspunt, kan de klok met de twaalf uren worden geconstrueerd, zoals we die gebruiken om de tijd te meten. De cirkel is zeer waarschijnlijk de basis van het twaalftallig stelsel. Het 6-1 patroon is op verschillende manieren in de bijbeltekst verwerkt. De scheppingsactiviteit wordt uitgedrukt in zes scheppingsdagen en één rustdag. Ook laat Gen.1:1 hier verschillende voorbeelden van zien. Door middel van priemgetallen wordt deze 6-1 verdeling zichtbaar gemaakt. Bij beide gematria methoden Katan en Ragil is dat 6-1 patroon in de zeven woorden van Gen.1:1 aanwezig. Bij gematria Katan zijn zes van de zeven woorden een priemgetal.

Bij gematria Ragil ligt dit patroon net andersom: zes woorden geen priem, en is één woord wel een priemgetal:

Ook bij de som van de letterplaatsen vinden we één priem en zes niet priemgetallen:

En bij de gematria van de voluit geschreven letters is dit patroon ook aanwezig. (gematria Millui: a=alef, ==80+30+1=111, b=beth, = =400+10+2=412 enz.):

De verdeling van de zes alef’s over de zeven woorden geeft een vergelijkbaar patroon. Zes woorden met een alef en één woord zonder een alef. Het is God die de sabbat als rustdag instelt en zelf voldoet hij met zijn werk ook aan die voorwaarden. De bijbelschrijver heeft dit zorgvuldig in de tekst geweven. Als we naar de letterplaatsen van die zes alef’s kijken dan zien we dat God ook hier de touwtjes in handen heeft. De alef, de eerste letter van het alfabet, vertegenwoordigt God in de bijbeltekst. Dit vertelt het eerste vers.

De som van de letterplaatsen van de zes alef’s is 26+23+15+10+9+3=86: Elohim, God. De priemgetallen in deze reeks hebben de waarde: 26+23+15+10+9+3=26, hetgeen het getal is van de naam van God, Jahwe, , 5+6+5+10=26. Het is alsof God hier zijn handtekening zet. De priemgetallen staan in woord 1 en woord 6. Zo legt ook de Naam van God de nadruk op de 6-1 verhouding. De niet-priemgetallen die over blijven hebben samen de som: 26+15+10+9=60. Dit is ook de waarde van de som van de letterplaatsen van woord 3: God, ‘Elohim’, in Gen.1:1: 14+13+12+11+10=60. Zo worden God en Zijn Naam hier op verschillende manieren met elkaar verbonden.

Een en ander geeft aan dat de 6-1 verhouding gebaseerd op de cirkel, en daarmee de tijd, zijn stempel drukt op de bijbel. Met behulp van Gen.1:1 is dan ook het getal Pi te berekenen, dat nodig is om de omtrek van een cirkel te kunnen berekenen, correct tot 5 cijfers. Waarom niet helemaal perfect? Kon(den) de bijbelschrijver(s) dat niet? Ik denk het wel. De eenvoudige deling 355:113 geeft al een nauwkeuriger getal Pi, correct tot 7 cijfers. Aan deze twee getallen heeft de bijbelschrijver dan óók mededelingen verbonden, maar daar zal ik in een latere fase over schrijven.

De volgende berekening is niet door mijzelf gevonden, maar bij mijn weten door Vernon Jenkins in samenwerking met Craig Paardekooper en Peter Bluer. De berekening is van wonderbaarlijke eenvoud.

    De berekening van Pi met behulp van Gen.1:1.

De 28 letters van Gen.1:1 hebben 28 getalswaarden. Deze letterwaarden vermenigvuldigen we met elkaar x28. Dit geeft een groot getal van 43 cijfers. Dit getal wordt gedeeld door de vermenigvuldiging van de zeven woordwaarden x7 (19 cijfers). In totaal zijn er boven en onder de streep 43+19=62 cijfers. Nu worden de achterste nullen geschrapt, zodat de cijferreeks boven de streep even lang is als de reeks onder de streep (2x18 cijfers) In het totaal worden 26 nullen geschrapt. Hierbij kan worden opgemerkt dat 26 een omkering van 62 is. (62-26=36=2x18) Het resultaat van deze deling is het getal Pi, correct tot 5 cijfers.

 

Maar hoe belangrijk zijn de cijfers achter de decimale komma? Is een decimeter 10cm of 100mm of misschien 0,1 meter? Het hangt er dus maar vanaf waarmee die getallen zijn verbonden! Om het getal Pi beter te begrijpen heb ik een afbeelding gemaakt van de cijfers van Pi.

3.14 zal nooit 3.15 worden en vervolgens zal 3.141 nooit 3.142 worden enz. Bij het cijfer 2 is de éénheid al zo klein geworden, dat het niet groter is dan een pixel van het computer scherm. Alle volgende cijfers zullen dus binnen 1 pixel passen, ook al heb je een miljard cijfers.

Aleksander Litto, een onderzoeker uit Polen, heeft onlangs ook in Mat.20:5 het getal Pi gevonden, eveneens de eerste vijf cijfers correct. Hij was op zoek naar het Scheppingsgetal 2701 van Gen.1:1 in het Nieuwe Testament (Gr). Er is slechts één woord met de getallenwaarde 2701 in het NT en dat is het laatste woord van Mat.20:5: ωσαυτως, hetzelfde, evenzo:

Mat.20:5, 9 woorden, 50 letters

Toen hij nogmaals eropuit gegaan was, omstreeks het zesde en het negende uur, deed hij hetzelfde.

παλιν

εξελθων

περι

εκτην

και

εννατην

ωραν

εποιησεν

ωσαυτως

171

959

195

383

31

464

951

428

2701

6283

De getallenwaarde van het vers is 6283, hetgeen een cijferanagram is van 2368, het CV van Jezus Christus in het Grieks. De berekening die wordt toegepast is gelijksoortig aan de berekening met Gen.1:1. Dit maal wordt getallenwaarde van het vers vermenigvuldigd met het aantal letters:

aantal letters Mat.20:5 x getallenwaarde Mat.20:5

50x6283=314150

Pi=31415926.....

We zien dat deze berekening ook de eerste vijf cijfers van Pi als uitkomst heeft.

Pi is een irrationeel getal, dat wil zeggen dat er oneindig veel getallen achter de komma zijn te vinden. Het exacte getal Pi is niet te meten, ook al vinden we miljarden cijfers achter de komma. Mogelijk heeft de Bijbelschrijver daarom dit getal mede gekozen als uitgangspunt voor Gen.1:1. Immers God is ook niet te meten. God is oneindig en eeuwig.

Pi is dus verbonden met de eeuwigheid. Vanuit de eeuwigheid wordt/is God actief. Deze activiteit kan worden uitgedrukt door de vermenigvuldiging van God (86) en de tijd. Voor tijd heb ik de lengte van een jaar gekozen als objectieve tijdmeting. De encyclopedie geeft voor een jaar 365,2422 dagen. De activiteit van God met de tijd kan dan zo worden geformuleerd:

God x tijd

86 x 365,2422=31410829

Deze activiteit van God met de aardse tijd heeft als resultaat het getal Pi, tot vier cijfers nauwkeurig. Bij de berekening wordt de komma genegeerd. Dat ik voor de tijdmeting een jaar heb gekozen heeft te maken dat een jaar een vaste maat heeft nl. 365,2422 dagen. Een dag is één omwenteling van de aarde om zijn eigen as. Dit is een vast gegeven. De indeling van een dag zelf is een keuze van de mens: we zouden de dag immers ook in tien uren van 100 minuten kunnen in delen. (Misschien is de indeling in 2x12 uren uiteindelijk toch niet zo willekeurig, want die indeling is op de cirkel gebaseerd) De omlooptijd van de aarde om de zon is ook een vast gegeven ten opzichte van de omwentelingstijd van de aarde. Hier moet nog opgemerkt worden dat het Gods getal ‘86’ specifiek voor onze aarde geldt en mogelijk niet voor een planeet in een ander sterrenstelsel met andere omlooptijden. Maar dit is uiteraard speculatie. Vervolgens kunnen we ook de activiteit van God met Pi middels een vermenigvuldiging uitdrukken. We gebruiken voor Pi de vier correcte cijfers die we gevonden hebben met de vermenigvuldiging van God met de tijd:

God x Pi

86x3,141=2.70126

De uitkomst van de vermenigvuldiging wijst naar de getallenwaarde van Gen.1:1. Die is immers 2701.....

 

De diameter van de ‘Scheppingscirkel van God’ is 86; de straal is dan 43. We kunnen ook zeggen dat de diameter 2x43 of 43+43 is. Als we deze twee factoren met elkaar vermenigvuldigen dan vinden we:

 43x43=1849

 

                

                                            woord  478     477

Op letter 1849 verschijnt Jahwe, , de naam van God, voor het eerst in de bijbel.

 

In het begin verbaasde ik me over deze constructie, maar de bijbel blijkt vol te zitten met dit soort mathematische grapjes. Vooral als een woord voor het eerst in de bijbeltekst verschijnt of een belangrijke mededeling heeft, wordt deze met getallen vastgezet. En het houdt hier ook niet op, het gaat verder. Er zijn altijd meerdere ‘getuigen’ te vinden. Kijk maar eens mee: de jod, met de getallenwaarde 10, de eerste letter van Jahwe, letter 1849, blijkt de 260ste jod van Genesis te zijn, of 10x26. De getallenwaarde van het woord Jahwe is: =5+6+5+10=26. Overigens de som van de cijfers van 1849 is: 1+8+4+9=22. In Gen.2 is het de 22ste jod!!! En het 22ste composietgetal is 34, en dat is precies het getal van de letterplaats van deze jod in het vers Gen.2:4.

Hoofdstuk 1 heeft dus 260-22=238 jods. In factoren: 238=2x7x172+7+17=26. De factoren van 238 kunnen ook met een 1 worden uitgedrukt: 1x2x7x171+2+7+17=27. Bij het behandelen van Gen.1:3 zal blijken dat dit vers met het 22ste woord van Genesis begint, en op het 27ste woord eindigt. De gematria van het 26ste en 27ste woord samen is 238  (en er was - licht= = 207+31=238). Zo wijst de naam Jahwe, als hij voor het eerst in de tekst verschijnt, al naar het licht. De 27 en 22 die in de opbouw van het alfabet een functie hebben, schijnen ook hier een rol te spelen. Ook wijst het getal 1849 naar de komst van Jezus. De 1849ste (43x43) composiet is namelijk 2176. Letter 2176 is een jod en de beginletter van een Jezus-code met een afstand van 86 (43+43) tussen de letters. Deze code wordt in hoofdstuk 13 beschreven.

Dus in Gen.2:4 verschijnt God voor het eerst als Jahwe Elohim. De gematria van deze twee woorden samen is: 26+86=112. Het woordnummer van Jahwe is 477. Nu blijkt er een composietreeks van 112 naar 477 te zijn. De reeks bestaat uit 7 getallen. De reeks gaat als volgt: Composiet 112=147....C147=190.....C190=244.....C244=308.....C308=385.....C385=477.

Composiet reeks van 112 naar 477

1

2

3

4

5

6

7

112

147

190

244

308

385

477

693=3x231

693=3xD21

477

1386=6xD21

477

1863

Nu we deze composiet reeks in een tabel hebben staan, vallen er nog een paar dingen op. De som van deze zeven composiet getallen is: 1863, hetgeen een cijfer anagram is van de som van de eerste zes composiet getallen: 1386. Een ander cijfer anagram van 1, 3, 6 en 8 is 3168, hetgeen het CV is van de 'Heere Jezus Christus':

Heere Jezus Christus (1Cor.8:6)

κυριος

ιησους

χριστος

800

888

1480

3168

En vervolgens is de som van de eerste vier getallen is gelijk aan de som van het vijfde en zesde getal: 693. Het getal 693 is 3x231 of 3x D21 en op zijn beurt is 21 de driehoek van 6. Dus de som van de eerste zes getallen is: 693+693=1386 of 6xD21. Overigens is 21 het CV van 'I AM', אהיה, één van de andere titels/namen van Jahwe. (zie Ex.3:14)

1

2

3

4

5

6

112

147

190=D19

244

308

385

693

693

D6=21.....D21=231.....6x231=1386.....=21x66 of D6xD11.....Nb. P6=11

***

Met de maat van een jaar (365,2422 dagen) wil ik naar de bijbeltekst gaan. Woord 36524/ 36525 kunnen we vinden in Ex.39:17 het zesde en zevende woord: =twee ringen.

 

Welnu de ring of cirkel dat is de baan die de aarde om de zon beschrijft in 365,2422 dagen. In Ex.39:17 is er sprake van twee ringen. En er zijn twee ‘ringen’ nodig om het jaar te meten: de omlooptijd van de aarde om zijn eigen as én de omlooptijd van de aarde om de zon.

 

Maar laat ik weer even terugkeren naar het getal Pi berekend met Gen.1:1. De vijf cijfers daarvan die correct zijn gebruiken we als uitgangspunt om naar de bijbeltekst te gaan. We zoeken woord 31415 op. Zouden we een langere getallenreeks van Pi gebruiken, dan zou die buiten de Tenach (O.T.) vallen, want de Tenach heeft 305485 woorden. Woord 31415 staat in Ex.28:15 het 15de woord: : dooreen geweven, ineen gevlochten.

We zien dan ook dat het getal Pi en ook andere getallen op verschillende wijzen in de tekst zijn geweven.

Een andere reden dat met Gen.1:1 het getal pi is uit te rekenen, is het feit dat alles in de schepping op de ronde of bolvorm is gebaseerd. In de microkosmos zijn de atomen bolvormig en in de macrokosmos zijn zon, maan en sterren ook bolvormig evenals onze aarde. Al deze vormen zijn niet exact rond, denk aan de afplatting van de aarde bij de polen. Ook op atomair niveau zijn de banen van de elektronen niet exact cirkelvormig. Het is mogelijk mede een reden dat daarom het getal Pi in Gen.1:1 niet exacter is geformuleerd.

Het verschil tussen Pi 'exact' en Pi Gen.1:1 is dat Pi Gen.1:1 ongeveer 0,000038….. kleiner is. Bij de berekening van de omtrek van de aarde leidt dat, bij gelijkblijvende diameter, tot een ellipsvormige omtrek of een afplatting van de aardbol. Het verschil tussen beide Pi getallen voor de berekening van de afplatting van de aarde is echter wiskundig niet geheel juist. De ‘afwijking’ van Pi is dan nog iets groter. Pi is dan ongeveer 3.138…(verschil 0,0035..) Maar misschien zijn er nog andere berekeningen mogelijk, denk b.v. aan de elliptische omloop van de aarde om de zon…….de tijd zal het leren.

Het kan ook zijn dat de afwijking een meer symbolische betekenis heeft. Als we namelijk de cijfers van Pi langs het eerste vers leggen, dwz. één cijfer per woord, dan zien we dat pi correct is tot in de hemel:

De getallenwaarde van deze vijf woorden is: 913+203+86+401+395=1998. Dit is 54x37. Deze vijf woorden hebben 21 letters, en composiet 21=33; de som hiervan is 21+33=54. Dit getal is het 37ste composiet getal. Ook de som van de individuele cijfers van de getallenwaarden van de eerste vijf woorden is: (9+1+3)+(2+0+3)+(8+6)+(4+0+1)+(3+9+5)=54. En wie kent niet de frase: ‘zo in de hemel, zo op aarde’. We zien dat woord 6 en 7, ‘en* de aarde’, met de cijfers 5 en 4 corresponderen. De getallenwaarde van de twee woorden is: 407+296=703. Dit is het driehoeksgetal van 37 (1+2+3+……36+37=703) Maar dit is nog niet alles. De factoren van 1998 kunnen ook met een 1 worden uitgedrukt: 1x54x37. De som hiervan is 1+54+37=92.(1998 in factoren ontbonden: 1x2x3x3x3x37; de som hiervan is 1+2+27+37=67) De cijfers van dit getal 92 komen overeen met plaats 6 en 7 van het exacte getal van Pi!!! Daarnaast is het 67ste composietgetal 92. Ook is 92 de som van de eerste en de laatste letter van Gen.1:1, de beth, , en de tsadee, , 2+90=92.  Dit kan ook op een andere manier worden benaderd. Als we tekst van Openbaring 22:13 nemen: Ik ben de Alfa en de Omega, de eerste en de laatste, het begin en het einde, en die op de reeks van factoren van 1998 toepassen (de schepping van de hemel) dan vinden we 1x(2x3x3x3)x37. De 1 en de 37 zijn van God en de 2x3x3x3=54 voor ons, voor de aarde.  Een en ander kan een aanwijzing zijn hoe hemelse zaken naar de aarde worden gebracht. Maar het is lastig om een exacte betekenis aan dit soort berekeningen toe te kennen. Misschien kan het verschil tussen 92 en 54 het verklaren: 92-54=38. Dit kan een uitdrukking zijn van drie achten: 888, , Jezus. Hij zal de aarde volkomen maken. De factoren van 888=1x2x2x2x3x37 die aan God toebehoren (Ik ben de eerste en de laatste) zijn dus samen 1+37=38. Als God hiermee actief wordt, dan wordt dat uitgedrukt door de vermenigvuldiging: 38x86=3268. Dit is een anagram van 2368, , Jezus Christus.
Nog een andere mogelijke verklaring voor de 5 en de 4 op woordplaats 6 en 7 is de volgende: 6x7=42. De som van alle mogelijke delers, de 42 zelf uitgesloten, is: 1+2+3+6+7+14+21=54.

Van alle scheppingsdagen zegt de bijbel: het werd avond en het werd morgen, dag één; een tweede dag, een derde dag enz. Zo worden de ‘scheppingsdagen’ afgesloten. Alleen van de zevende dag wordt dit niet gezegd. Deze dag wordt niet afgesloten. Aangezien de mens in de zesde ‘dag’ is geschapen en deze dag is afgesloten, moeten we nu wel in de zevende dag leven. De ‘zondeval’ van Adam en Eva speelt zich dan ook af in de overgang van de zesde naar de zevende Scheppingsdag.

De tijdscirkel van de zevende dag kan in feite op dezelfde manier worden ingedeeld als de grote scheppingscyclus. In deze kleine cyclus wordt meestal voor een dag 1000 jaar genomen op grond van verschillende bijbelteksten (Ps 90:4, 2 Petrus 3:8).

2 Petrus 3:8: Doch dit ene mag u niet ontgaan, geliefden, dat een dag bij de Heere is als duizend jaar en duizend jaar als een dag.

Omdat er sinds het scheppingsverhaal van Adam ca. 6000 jaar voorbij zijn gegaan, kan je stellen dat we nu zo ongeveer op de overgang tussen het 6de en 7de millennium zitten. Volgens sommige berekeningen zijn we al over het 6000ste jaar; volgens de Joodse tijdrekening zijn we nu in jaar 5765 (anno begin 2005) Ik houd het er op dat de overgang tussen het 6de en het 7de millennium niet erg ver meer is. Ik zal hiervoor nog de berekening geven. Dit is het tijdperk waarover Jezus zegt dat oorlogen, hongersnoden en aardbevingen zullen toenemen, met steeds grotere heftigheid, als de weeën van een vrouw in barensnood (Mat.24). De bijbel vertelt dat Jezus onmiddellijk na de verdrukking terugkeert (Mat.24:30) Als hij orde op zaken heeft gesteld, begint er een duizendjarig rijk op aarde waarin het recht zal heersen (Openb.20:4). Bespaar je de moeite van het uitrekenen van de dag waarop dat allemaal zal gebeuren, zelfs Jezus wist dat niet precies (Mat.24:36), maar kijk naar de tekenen van de tijd, dan weet je dat het voor de deur staat. Ik zal hieraan nog een hoofdstuk wijden. Wie meer wil weten over de tijdrekening kan hier een interessante site vinden.

    

 Ook op de site van inner.org kan je interessante informatie vinden hoe pi in de bijbeltekst is verwerkt.

 

home                                                                           vorige         volgende